In het kort
- AI-geletterdheid is verplicht voor elke organisatie die AI inzet, ook als medewerkers alleen ChatGPT of Copilot gebruiken. Sinds de Digital Omnibus moet je maatregelen nemen die de AI-kennis van je mensen ondersteunen; een bepaald niveau hoef je niet te garanderen.
- Een certificaat is niet nodig. Wel moet je kunnen laten zien wat je hebt gedaan: welke AI er wordt gebruikt, wie welke kennis nodig heeft, en wie is bijgeschoold.
- Pak het aan als programma in vier stappen, zoals de Autoriteit Persoonsgegevens voorstelt, en niet als een losse training.
AI-geletterdheid betekent dat de mensen die in jouw organisatie met AI werken, genoeg weten om dat verantwoord te doen: wat een model kan, waar het de mist in gaat en wat je er niet in stopt. Artikel 4 van de AI Act verplicht organisaties daar werk van te maken. Dat geldt ook als je alleen standaardtools zoals ChatGPT of Copilot gebruikt (Europese Commissie, 2026).
De belangrijkste voorwaarde: de wet vraagt inspanning, geen eindniveau. Sinds de Digital Omnibus, in werking sinds 27 juli 2026, moet je maatregelen nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid te ondersteunen. Je hoeft niet te garanderen dat iedere medewerker een bepaald niveau haalt (Verordening (EU) 2026/1744). In een organisatie met honderden medewerkers is dat nog steeds een flinke klus. Hieronder lees je wat er precies van je gevraagd wordt, hoe je het in vier stappen aanpakt en wat je vastlegt.
Dit artikel is geen juridisch advies. Het is onze vertaling van de regels naar de praktijk van organisaties die AI breed willen inzetten.
Wat vraagt artikel 4 nu nog van je organisatie?
De nieuwe tekst van artikel 4 zegt dat aanbieders en gebruikers van AI-systemen maatregelen nemen om de AI-geletterdheid van hun personeel te ondersteunen. Dat geldt ook voor anderen die namens hen met AI werken, zoals uitzendkrachten en freelancers. Daarbij houd je rekening met drie dingen:
- wie het zijn: hun technische kennis, ervaring, opleiding en training;
- waar het gebeurt: de context waarin het AI-systeem wordt gebruikt;
- op wie het effect heeft: de mensen over wie het systeem iets zegt of beslist.
Voor bijna elke organisatie ben je in de taal van de wet een gebruiksverantwoordelijke: je bouwt de AI niet zelf, maar zet hem in. De plicht geldt dus ook voor een team dat Copilot gebruikt om mails samen te vatten. De Europese Commissie noemt daarbij uitdrukkelijk het risico dat een model feiten verzint (Europese Commissie, 2026).
Het toezicht ligt sinds 2 augustus 2026 bij nationale markttoezichthouders. Die kunnen een overtreding bestraffen, maar volgens de Commissie moet een sanctie in verhouding staan tot het geval. Reken er dus niet op dat er snel boetes vallen, maar ga er ook niet van uit dat niemand ernaar kijkt. Meer over wat de Omnibus verder veranderde, lees je in AI Act 2026: uitstel voor hoog risico, niet voor transparantie.
Waarom één training niet genoeg is
Een organisatie die één e-learning voor iedereen inkoopt, heeft iets gedaan. Maar ze slaat over wat de wet juist vraagt: rekening houden met rol, context en risico. Een recruiter die AI gebruikt om cv's te sorteren, heeft andere kennis nodig dan een collega die met Copilot notulen opschoont. De AP schrijft het letterlijk: niet iedereen hoeft evenveel te weten, maar wie met een systeem werkt, moet de risico's kennen (AP, 2025).
Daar komt een praktische reden bij. Kennis zonder afspraken zakt weg. Als medewerkers na de training niet weten welke tool ze mogen gebruiken en met welke data, vallen ze terug op wat ze zelf thuis gebruiken. De reden om te investeren in AI-geletterdheid is dus niet alleen de wet. Het is ook het verschil tussen losse experimenten en AI die echt in het werk zit.
Zo pak je AI-geletterdheid aan in vier stappen
De Autoriteit Persoonsgegevens beschrijft in Aan de slag met AI-geletterdheid een meerjarig actieplan in vier stappen. Zo ziet dat er in een grotere organisatie uit:
- Identificeren. Maak een overzicht van alle AI die wordt gebruikt, ook de tools die mensen zelf hebben aangezet. Het verwerkingsregister uit de AVG is een goed vertrekpunt. Leg per tool vast wie ermee werkt en wat het effect is op klanten, sollicitanten of collega's. Doe een nulmeting van de kennis, bijvoorbeeld met een korte vragenlijst.
- Doel bepalen. Bepaal per groep wat mensen moeten kunnen. Een praktische indeling is drie niveaus: iedereen (wat is AI, wat mag wel en niet), mensen die er dagelijks mee werken (goed gebruik in het eigen vak), en mensen die erover beslissen of AI inkopen (risico, beleid, keuzes). Hoe hoger het risico van een systeem, hoe hoger het niveau.
- Uitvoeren. Organiseer trainingen per niveau en per rol, en zet de afspraken vast in een gebruiksbeleid: welke tools, met welke data, wie controleert de uitkomst. De AP noemt ook het aanwijzen van een eigenaar, bijvoorbeeld een AI-officer, zodat het onderwerp niet tussen wal en schip valt.
- Evalueren. Herhaal de nulmeting, bijvoorbeeld jaarlijks, en stel de doelen bij. AI verandert snel, dus wat vorig jaar volstond, kan nu tekortschieten.
De AP noemt vier randvoorwaarden: het plan wordt bestuurlijk vastgesteld, er is budget, de verantwoordelijkheid is belegd en er zijn vaste momenten om de voortgang te bespreken. Zonder die vier blijft het een initiatief van één enthousiaste afdeling.
Hoe toon je AI-geletterdheid aan?
Een certificaat is niet nodig. De Europese Commissie zegt dat een interne registratie van trainingen en andere initiatieven volstaat (Europese Commissie, 2026). In de praktijk bestaat een goed dossier uit:
- het overzicht van AI-systemen, met per systeem de gebruikers en het risico;
- de indeling in niveaus: wie wat moet weten, en waarom;
- het gebruiksbeleid, met datum en wie het heeft vastgesteld;
- per training: datum, inhoud en een deelnemerslijst;
- de uitkomst van de nulmeting en van de evaluatie;
- de naam van de eigenaar en wanneer het bestuur er voor het laatst over sprak.
Dat is geen papierwerk om het papierwerk. Met dit dossier kun je ook intern laten zien wat het oplevert, en welke afdeling nog achterloopt.
E-learning of workshop?
Beide hebben een plek. Het verschil zit in wat je ermee bereikt.
| E-learning | Workshop op maat | |
|---|---|---|
| Geschikt voor | basis voor grote aantallen | toepassing in het eigen werk |
| Rol en context | algemeen | per team of functie |
| Registratie | automatisch | deelnemerslijst |
| Gedrag na afloop | wisselend | oefent met eigen werk |
Voor een grote organisatie werkt een combinatie vaak het best: een korte basis voor iedereen, en verdieping in groepen voor de mensen die er dagelijks mee werken of erover beslissen.
Waar het niet om draait
AI-geletterdheid is geen reden om AI af te remmen. De AP zegt zelf dat het organisaties helpt om kansen te benutten én risico's te beperken. Werkt jouw organisatie met AI die mensen beoordeelt, zoals bij werving, krediet of zorg, dan vraagt de AI Act vanaf december 2027 meer dan geletterdheid alleen. Dit artikel gaat over de plicht die voor iedereen geldt.
Waar begin je deze maand?
Begin met stap 1. Een overzicht van welke AI er gebruikt wordt, door wie, kost weinig tijd en laat meteen zien waar de risico's zitten. Daarna volgt de rest vrij logisch.
Wil je het als programma aanpakken, van nulmeting tot training per rol en afspraken die in het werk blijven hangen? Bekijk onze aanpak voor AI-geletterdheid in organisaties, of begin met de workshop Starten met AI voor de basis of de MT-sessie voor het bestuur.
Bronnen
- Verordening (EU) 2026/1744 (Digital Omnibus on AI), nieuwe tekst van artikel 4, in werking sinds 27 juli 2026.
- Europese Commissie. AI Literacy: Questions & Answers.
- Autoriteit Persoonsgegevens (februari 2025). Aan de slag met AI-geletterdheid.
- Autoriteit Persoonsgegevens (oktober 2025). Verder bouwen aan AI-geletterdheid, via Nederland Digitaal.
